|
|
IETS OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE LUTHERSE GEMEENTE ARNHEM
Op 9 maart 1643 kwam in Arnhem onder leiding van Jan Adam Hunerfanger, Luthers
predikant te Utrecht, een groepje Lutheranen bijeen in de woning van boekdrukker
Jacob Stiegler achter de Sint Walburgis. Dat was het begin van de nu nog steeds
bestaande Evangelisch-Lutherse gemeente Arnhem. Het was een moeizaam begin door
tegenwerking van de locale overheid geïnspireerd door de gereformeerden, in 1579
was Arnhem overgegaan tot de Gereformeerde religie en werd de roomse leer uit
het openbare leven verdrongen, missen werden verboden en de burgers werden
verplicht op zon-en feestdagen de Gereformeerde predikatie bij te wonen. Tot
ergernis van de gereformeerden echter stond de magistraat aanvankelijk de
uitoefening van niet-gereformeerde religies toe.
De gevelsteen van de oude Lutherse Kerk op de hoek van de Lutherse Steeg en
de
Korenmarkt (de zwaan is een symbool voor de Lutherse kerk).
In 1644 huurden de Lutheranen een gebouw "De Buntenbergh" aan de Korenmarkt waar
met Pasen de eerste dienst werd gehouden, er waren 170 communicanten, met Kerst
dat jaar 193 en met Pasen in het volgend jaar zelfs 183. In juni 1645 verbood de
magistraat de Lutheranen nog langer gebruik te maken van de "Buntenbergh" en
werd de verhuurder, Hans Wirth, gelast de ruimte niet langer aan de Lutheranen
te verhuren op straffe van 100 rijksdaalders. Leidende figuren van de Lutherse
gemeente werden bedreigd met verlies van burgerrecht en boetes bij voortzetting
van de godsdienstoefeningen. Het werd een lange periode van strijd, er werden
verzoekschriften naar de magistraat verzonden, naar de prins van Oranje, die
allen onbeantwoord bleven. Intussen had een soldaat, op kosten van de Lutherse
gemeente "De Buntenbergh" opnieuw gehuurd en werden er weer kerkdiensten
gehouden. In 1648 waagde men het een eigen predikant aan te stellen, op 28
augustus 1648 werd Cristoforus Scheibler als predikant van de Lutherse gemeente
geïnstalleerd, hij ontving een jaarsalaris van 275 gulden. In juni 1650 kreeg de
predikant van de magistraat te horen dat de Lutheranen de grote gunst ontvangen
hadden hun godsdienst te mogen uitoefenen, hoewel dat eigenlijk verboden was.
Een periode van rust trad voor de gemeente in, een ouderling en de predikant
gingen naar de Lutherse kerkvergadering in Amsterdam en ondertekenen de
kerkorde. In 1657 volgde, op aandrang van de Gereformeerde kerkenraad opnieuw
een verbod voor de lutheranen om godsdienstoefeningen te houden. Er volgde een
periode van grote onrust en onzekerheid, mede veroorzaakt door de predikant
Hopsius die omstreeks 1656 overging naar de Gereformeerden. Aan het einde van de
jaren vijftig keerde het tij, buitenlandse druk en rustig gedrag van de Lutherse
gemeente maakten dat de Lutherse gemeente na 1658 werd getolereerd. Er volgt dan
een periode waarin het aantal leden, door allerlei oorzaken, sterk fluctueert.
Op 14 mei 1657 kocht de lutherse gemeente het huis "De Bontenberg" voor een
bedrag van f 2.725,00, zelfs met toestemming van de magistraat. In de
jaren dertig van de achttiende eeuw raakte de Bontenberg zo vervallen,dat tot
een grondige restauratie werd besloten waarvoor ook subsidie bij het
stadsbestuur werd gevraagd waarbij één van de motiveringen was dat "van 't
guarnisoen veel lutterse sijnde soldaten, ruijters en niet sonder levensgevaar
den Godsdienst kunnen bijwonen". Uiteindelijk werd een gift van f 275,00
van het stadsbestuur ontvangen, van de Amsterdamse moedergemeente de opbrengst
van een collecte. Een verzoek aan de "Heeren Staeten van des quartier van
Veluwen" werd gehonoreerd met f 1.000,00 en de Rekenkamer van Gelderland
schonk f 250,00. Op de 2e Pinksterdag 1737 werd de herbouwde kerk
ingewijd. Het gebouw staat nog steeds op de Korenmarkt hoek Lutherse Steeg, zij
het met thans geheel andere bestemming. Tegen het einde van de 19e eeuw blijkt
de kerk aan de Korenmarkt te klein geworden en werd besloten tot de bouw van een
nieuwe kerk. Op 11 mei 1897 werd door ds.J.E.Schöder de eerste steen gelegd voor
een nieuwe kerk aan de Sonsbeekstraat, thans Spoorwegstraat. Op 27 maart 1898
werd de nieuwe kerk plechtig in gebruik genomen, waarbij vele autoriteiten
aanwezig zijn en een speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde feestcantate
werd uitgevoerd.
Interieur van de nieuwe Lutherse Kerk in de Spoorwegstraat
In de periode september 1944- mei 1945 heeft het kerkgebouw
veel geleden onder het oorlogsgeweld en werd zwaar beschadigd. Mede door
inspanning van veel gemeenteleden en wederopbouwhulp van de overheid, werd de
schade zo goed als toen mogelijk hersteld, sporen van het oorlogsgeweld zijn
echter nog steeds zichtbaar. In 1973, ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan
de kerk werd het eerste van de drie gebrandschilderde ramen, het Paasraam,
onthuld. In 1977 volgde het Kerstraam en in 1980 het Pinksterraam, alle van de
hand van glazenier Drs.P.H.G.C.Kok, Luthers predikant te Weesp.
Muziek is een wezenlijk deel van de
lutherse kerkdienst en sinds 1917 hebben diverse kerkkoren in de gemeente
gefunctioneerd met tot op heden de cantorij onder leiding van de
cantor-organist(e) Susanne Paulsen. Onder haar leiding worden vier keer per jaar
in de kerkdienst Cantates van J.S.Bach ten gehore gebracht. In mei 2006 werd het
75 jarig bestaan van de cantorij gevierd. Na J.A.Hunerfanger (1643) hebben
inclusief de huidige, Ds. K.Touwen, 29 predikanten de Evangelisch-Lutherse
gemeente Arnhem gediend.
Deze samenvatting is ontleend aan: Lutheranen in Arnhem van Dr.K.G.van Manen
1993 ISBN 90-9005891-5, waarin uiteraard meer details van de geschiedenis van de
gemeente zijn te vinden waaronder ook verwijzingen naar andere publicaties.
Er zijn nog exemplaren van dit boek verkrijgbaar bij:
lka.koster@gmail.com
Laatst bijgewerkt op 7 november 2011
Bezoekers sinds 28 december 2006:
5880
|